Slagader

Bloedvat dat bloed vervoert van het hart af naar de weefsels en organen.

Speelkamer

De speelkamer is een gezellige kamer waar je kunt spelen, knutselen, computeren, eten en televisie kijken. In de speelkamer mogen dokters en kinderverpleegkundige geen vervelende dingen bij je doen. In de speelkamer is het dus veilig! De speel- en hobbykamer is alleen bedoeld voor de opgenomen kinderen van de kinderafdeling.

Spreekkamer

De kamer waar een dokter iemand kan ontvangen om te praten over de klachten van die persoon.

Steriel

Steriel betekent helemaal schoon, zonder bacterieën. Bijvoorbeeld de naalden waarmee geprikt wordt en de operatiekamer zijn steriel.

Stethoscoop

Met een stethoscoop luistert de dokter naar je hart, je longen en je buik. Zo kan hij horen of je hart goed klopt, of je goed ademt en of je darmen in orde zijn.

Stuwband

De stuwband krijg je om je arm wanneer er bloed geprikt wordt bij je. Deze wordt stevig om je arm gedaan zodat je bloedvaten goed zichtbaar zijn en je makkelijker te prikken bent.

Symptoom (simp-TOOM)

Verschijnsel dat kan optreden wanneer je ziek bent of wanneer je iets ‘onder de leden’ hebt zonder dat je je ziek voelt.

Temperatuur

De temperatuur binnen in je lichaam.

Test

Een onderzoek, vaak om speciaal één ding te onderzoeken.

Thermometer

Instrument waarmee je je lichaamstemperatuur kunt opmeten.

Thuisbehandeling

Een vorm van behandeling die vroeger alleen in het ziekenhuis werd gegeven, maar tegenwoorden ook thuis gegeven kan worden.

Tonsillen (ton-SIL-lu)

Een ander woord voor amandelen.

Uitslaapkamer

Dit is de kamer waar je na een operatie wakker wordt.

Urinekweek

Onderzoek om bacteriën in plas (urine) te ontdekken.

Urineonderzoek

Onderzoek van de plas (urine) zodat de dokter een ziekte kan vinden.

Urineretentie

Wanneer iemand de blaas niet (helemaal) kan leegplassen.

Urineweginfectie

Een infectie met bacteriën ergens in het urinewegstelsel.

Uruloog

De dokter zie zich met het urinewegstelsel bezighoudt.

Vaccinatie

Het lichaam onvatbaar voor een infectieziekte maken door gericht daartegen een vaccin te geven.

Verband

Strook gaas of stof voor op een wond of om een gewond lichaamsdeel.

Verdoving

Het minder gevoelig of helemaal gevoelloos maken van het hele lichaam of een deel ervan.

Verkoudheid

Een ontsteking van het neusslijmvlies met neusverstopping en afscheiding van slijm en hoesten door een infectie met virussen.       

Verpleegkundige

Iemand die als beroep zieke mensen verzorgt.

Vingerprik

Een prik met een klein scherp puntje mesje aan de zijkant van de vinger waardoor één druppel bloed verschijnt.

Virus

Een ziektekiem die een virusziekte veroorzaakt.

Wachtlijst

Lijst van patiënten die volgens het ziekenhuis een operatie of andere medische behandeling nodig hebben en die daarop moeten wachten omdat er nog geen plaats is.

Weefsel

Groep cellen met (ongeveer) dezelfde bouw en taak.

Wekadvies

Advies dat familieleden of verzorgers meekrijgen van een dokter om iemand die een hersenschudding heeft en wel naar huis mag, goed in de gaten te houden en tijdens de slaap regelmatig te wekken.

Wond

Een beschadiging in of aan het lichaam.

Wondverzorging

Behandeling van een wond om di zo snel mogelijk te laten genezen.