Plaspoli

Inhoud van dit artikel

    Wat is de KITS-poli?

    De KITS-poli (KinderIncontinentie Team Stjansdal) is een onderdeel van de kinderpoli waarbij vier tot vijf kinderen met plasproblemen een dagdeel op de kinderafdeling komen, zodat we een inventarisatie van het plasprobleem kunnen maken.

    Wanneer uw kind in de week voorafgaand aan de afspraak op de polikliniek een besmettelijke ziekte (zoals waterpokken/rode hond/ etc.) heeft gehad verzoeken wij u vriendelijk maar dringend om contact op te nemen met de betreffende afdeling. Neem ook contact op als uw kind in aanraking is geweest met iemand met een besmettelijke ziekte.
     

    Voor wie?

    De KITS-poli is bedoeld voor kinderen met plasproblemen in de leeftijd van 4-16 jaar. Het is wenselijk dat één ouder/verzorger het kind begeleid naar de KITS-poli (geen broertjes of zusjes).
     

    Doel

    De klachten kunnen al langere tijd bestaan en veel irritatie en/of verdriet bij u en/of uw kind hebben veroorzaakt. Goede diagnostiek en uitleg zijn daarom heel belangrijk om met een positieve inzet en goede motivatie aan dit behandeltraject te beginnen.

     

    Het doel is:

    • Diagnostiek van het plasprobleem
    • Gelegenheid tot contact met kinderen met een soortgelijk probleem
    • Informatie over plasproblemen aan de hand van een video

     

    Vergeet u niet de ingevulde vragenlijsten en het poep- en plasdagboek naar ons terug te sturen? Uw kind wordt opgeroepen zodra de vragenlijsten/poep- en plasdagboek
    weer bij ons binnen zijn en gescreend zijn door de urotherapeut.

     

    Algemene informatie

    De KITS-poli vindt plaats op de kinder- en tienerafdeling. Op een maandagmiddag van 13.00 tot 17.00 uur wordt u met uw kind verwacht. De urotherapeut begeleidt de kinderen tijdens de KITS-poli.

     

    Er wordt gebruik gemaakt van een uroflowmeter en een bladderscan. Tijdens de KITS-poli vragen we uw kind in één dagdeel drie plassen op de uroflowmeter te doen. Een uroflowmeter is een speciaal toilet dat voorzien is van meetapparatuur. De flowmeter registreert de snelheid en de hoeveelheid van de plas. De plas wordt opgevangen in een maatbeker. Daarnaast wordt het plaspatroon geregistreerd en op papier uitgeprint. Na het plassen maken we een soort echo om te controleren of de blaas leeg is. U mag hier als ouder(s) of verzorger(s) bij aanwezig zijn.

     

    De kinderarts onderzoekt uw kind op eventuele lichamelijke problemen.

     

    De urotherapeut heeft met ouder en kind een intakegesprek om een goed beeld van het plasprobleem te krijgen. Ook vindt er een gesprek plaats met de psychologe om te inventariseren of er andere aandachtspunten zijn.

     

    Daarnaast wordt er een video getoond waarin uitleg wordt gegeven over plassen. Aan bod komt onder andere:

    • Hoe moet je plassen
    • Wanneer moet je plassen
    • Hoe vaak moet je plassen

    Met deze adviezen kunt u samen met uw kind thuis aan de slag.

     

    Aan het eind van de morgen komt de kinderarts om met iedere ouder individueel, aan de hand van de uitkomsten van de flowmetrie, de plaslijsten, gesprekken en lichamelijk onderzoek, het verdere beleid te bepalen.
     

    Behandelingsmogelijkheden

    • Praktische adviezen aan ouders van heel jonge kinderen (4 jaar); zonodig in samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
    • Blaastraining: begeleiding van het verkeerd plassen naar goed plassen; indien nodig in combinatie met medicatie
    • Begeleiding bij bedplassen
    • Verwijzing naar de kinderuroloog als een onderliggende lichamelijke oorzaak aan blaas of plasbuis waarschijnlijk is
    • Zonodig verwijzing naar de psychologe
    • Zonodig verwijzing naar een bekkenbodemtherapeut